De Inmarsat C transceiver is apparaat dat een zender, een ontvanger en een "build in GPS module" bevat.
Indien er geen GPS module zou zijn geïnstalleerd zou de terminal moeten worden verbonden met een externe GPS ontvanger. Aan de achterzijde van de terminal zijn verschillende aansluitingen om diverse onderdelen te kunnen aansluiten op de transceiver.
Er zijn twee drukknoppen en vijf indicatie lampjes te zien op de voorzijde van de transceiver.

7. Distress indicatie lampje, deze geeft de status aan van een distress alert.

Indien er geen GPS module zou zijn geïnstalleerd zou de terminal moeten worden verbonden met een externe GPS ontvanger. Aan de achterzijde van de terminal zijn verschillende aansluitingen om diverse onderdelen te kunnen aansluiten op de transceiver.
Er zijn twee drukknoppen en vijf indicatie lampjes te zien op de voorzijde van de transceiver.
Front panee van de Inmarsat C transceiver.
6. Distress button afgedekt met een klepje. Het klepje dient te worden opgetild om vervolgens gedurende 5 seconden de rode knop ingedrukt te houden om een Distress Alert te kunnen versturen.Uitleg van het front paneel:
1. Power indicatie lampje, deze brand als de transceiver aan staat.
2. Stop knop, kan worden gebruikt om een uitzending te stoppen.
3. Log in indicatie lampje, deze knippert als de terminal aan het in loggen is.
4. Send indicatie lampje, deze knippert als de transceiver aan het uitzenden is.
5. Mail indicatie lampje, deze knippert als de transceiver een bericht ontvangt.
2. Stop knop, kan worden gebruikt om een uitzending te stoppen.
3. Log in indicatie lampje, deze knippert als de terminal aan het in loggen is.
4. Send indicatie lampje, deze knippert als de transceiver aan het uitzenden is.
5. Mail indicatie lampje, deze knippert als de transceiver een bericht ontvangt.
7. Distress indicatie lampje, deze geeft de status aan van een distress alert.

Achteraanzicht van de Inmarsat C Transceiver
Uitleg van het achter paneel:
1. De antenne connector aangeduid met X2, hierop wordt de plug van de antennekabel bevestigd.
2. Zekering houder.
3. DTE (Data Terminal Equipment) connector aangeduid met X3, hierop wordt de message terminal of computer aangesloten.
4. DC input connector aangeduid met X1, hierop wordt de spanning aangesloten. Deze dient te liggen tussen de 10 en 32V DC.
5. I/O connector aangeduid met X4, deze wordt gebruikt voor input/output als er een ander navigatie apparaat op wordt aangesloten b.v. een externe GPS.
6. The power schakelaar aangeduid met S1, schakelt de transceiver on/off.
7. Printer connector aangeduid met X5, voor het aansluiten van een "hardcopy" printer, hiermee worden ontvangen berichten uitgeprint zoals b.v. EGC MSI berichten.
2. Zekering houder.
3. DTE (Data Terminal Equipment) connector aangeduid met X3, hierop wordt de message terminal of computer aangesloten.
4. DC input connector aangeduid met X1, hierop wordt de spanning aangesloten. Deze dient te liggen tussen de 10 en 32V DC.
5. I/O connector aangeduid met X4, deze wordt gebruikt voor input/output als er een ander navigatie apparaat op wordt aangesloten b.v. een externe GPS.
6. The power schakelaar aangeduid met S1, schakelt de transceiver on/off.
7. Printer connector aangeduid met X5, voor het aansluiten van een "hardcopy" printer, hiermee worden ontvangen berichten uitgeprint zoals b.v. EGC MSI berichten.
Ostatnia modyfikacja: sobota, 25 kwietnia 2020, 19:50