Alle ontvangers zijn programmeerbaar om de gebruiker in staat te stellen een keuze te maken zodat er alleen berichten van geselecteerde CRSs worden getoond/geprint. Elke gewenst CRS identiteit van A tot en met Z kan worden ingesteld in een van de drie modes:
  • RECEIVE mode - berichten worden getoond/geprint (accepted),
  • IGNORE mode - berichten worden niet getoond/geprint (rejected),
  • GPS (AUTO) mode - RECEIVE of IGNORE mode wordt automatisch geselecteerd afhankelijk van de scheepspositie, maar een data toevoer van een externe GPS ontvanger is noodzakelijk.
NAVTEX ontvangers staan meestal standaard ingesteld voor de ontvangst van berichten van alle CRS. Deze situatie wordt getoond in de volgende interactieve animatie.



Een schip zoals aangegeven vaart binnen Portpatrick NAVTEX CRS zone richting de Malin Head NAVTEX CRS zone. NAVTEX CRS identiteiten kunnen worden geselecteerd voor de ontvangst op 518 kHz of 490 kHz zoals men het wenst. In het begin zijn alle stations gaccepteerd, dat zijn, hoofdletters. Klik op elk van hen om ze zelf zoals gewenst te selecteren of te deselecteren (accept/reject). In het zwarte vlak worden alle uitzendingen zoals geselecteerd in een lijst met basis informatie over het ontvangen bericht getoond. De basis informatie bevat geplande NAVTEX berichten met tijdstip, frequentie en CRS identiteit.

Omdat het schip zoals hierboven in de interactieve animatie varende is van Portpatrick CRS zone naar Malin Head CRS zone is het raadzaam om voor dat schip alleen berichten van CRS met identiteit O enQ op 518 kHz en mogelijk berichten van CRS identiteit C op 490 kHz in te stellen. Alle berichten van andere CRS zouden in dat geval worden genegeerd (rejected) omdat ze niet relevant zijn voor de reis.

Oefenen op NAVTEX simulator

Ga naar de NAVTEX Mode -> Filter View -> 518 Stns Page of NAVTEX Mode -> Filter View -> 490 Stns Page.
De NAVTEX ontvanger maakt het mogelijk om 5 verschillende filter instellingen te maken, b.v. Presets 1 tot 5. Active preset kan worden gewijzigd door te drukken op de PRESET drukknop. Als een preset is geselecteerd, de filter instelling voor die preset kan dan worden naar de wensen worden aangepast. De filter instelling voor de actieve preset zal duidelijk worden nadat het eerste NAVTEX bericht wordt getoond.

Om elke instelling te wijzigen navigeer er heen en druk op RIGHT/LEFT navigatie knop.

De filter instelling voor elke CRS identiteit kan worden ingesteld op de volgende manier:
  • On - berichten van station worden altijd getoond,
  • Off - berichten van station worden nooit getoond,
  • Auto - berichten van station worden alleen getoond als het dichtstbij zijnde wordt ontvangen en binnen het ingestelde bereik valt, afhankelijk van de Auto Station Filter instelling.
De Auto Station Filter instelling kan zijn:
  • Het dichtst bij de eigen positie gelegen station wordt getoond of
  • alle berichten worden getoond vanaf de scheepspositie binnen het ingestelde bereik liggende stations.
Een asteriks * verschijnt naast alle CRS identiteiten die zullen worden getoond.



Verander het Auto Station Filter van in bereik (Range) naar dichtstbij gelegen (Nearest) en stel CRS identiteit in van Q naar On - nadat het bericht vanafter CRS Roma (R) is ontvangen zullen er geen verdere berichten worden getoond.